Meubels & Verlichting

Dikke meubels zijn terug en dit is waarom iedereen ze wil

· 6 min leestijd

De Togo van Ligne Roset is 53 jaar oud en staat nu in bijna elk interieurfilmpje op TikTok. Designwinkels verkopen ronde, zitzakachtige banken alsof ze net uitgevonden zijn, en zelfs bij IKEA verschijnen collecties met overdreven dikke kussens. Wat sommigen pufferbanken noemen en in designkringen fat furniture heet, is geen enkele stijl. Het is een brede beweging tegen de strakke Scandinavische bank die tien jaar lang de standaard was in Belgische en Nederlandse woonkamers.

Wat is een pufferbank eigenlijk?

Een pufferbank is zacht, zwaar en zonder harde lijnen. Geen houten poten, geen rechte rug, geen strak kader. De kussens vallen in elkaar als dikke donsjassen, vandaar de naam. Sommige banken bestaan uit losse modules die je zelf combineert, andere zijn één grote sculpturale vorm. Wat ze verbindt, is een bewuste terugkeer naar volume en textuur. Een pufferbank trekt je de ruimte in, waar een kubus-achtige designbank afstand houdt.

De trend blijft niet beperkt tot banken. Fauteuils worden ronder, zitzakken dikker, en zelfs poefs krijgen weer die bolle vormen uit de jaren zeventig. Het geheel ziet er op foto's soms uit als een volwassen versie van een kinderspeelkamer, maar in het echt voelt het juist rustgevend aan.

De Togo is de grootvader van deze trend

In 1973 ontwierp Michel Ducaroy voor Ligne Roset een bank zonder houten skelet. Alle structuur zat in schuim en rimpels, met een hoes die eruitzag alsof hij opzettelijk gekreukt was. De pers vond het eigenwijs, interieurarchitecten vonden het geniaal. Vandaag is de Togo razend populair bij dertigers die hem als blikvanger in een verder neutrale woonkamer plaatsen.

De reden is eenvoudig: de Togo ziet er in 2026 net zo fris uit als in 1973. De NRC schreef er zelfs een artikel over hoe de Togo onder een specifieke generatie een soort designcode werd. Een gebruikt exemplaar kost op de tweedehandsmarkt soms meer dan een nieuwe. Voor liefhebbers die kijken naar de rol van vintage meubels in een modern interieur, is de Togo het archetype.

Deze nieuwe namen spelen er slim op in

Niet iedereen geeft zevenduizend euro uit aan een authentieke Togo. Daarom zijn er merken die de stijl vertalen naar toegankelijke prijspunten. De Pacha van Gubi, een ontwerp van Pierre Paulin uit 1975, kost ongeveer de helft en heeft dezelfde zachte uitstraling. De Arbour-collectie van HAY mengt ronde zittingen met houten details, iets minder opvallend maar in dezelfde familie. HKliving produceert in Amsterdam een hele lijn gestoffeerde modulen die duidelijk naar dezelfde sfeer verwijzen.

In Belgische en Nederlandse designwinkels vind je replica's vanaf zevenhonderd euro. Kwantum en Loods 5 verkopen het goedkopere segment, terwijl winkels als Wonen.nl en &klevering meer in de hogere middencategorie zitten. Let bij aankoop op de bekleding: echte bouclé met wol is duurder dan polyester-imitaties, maar veroudert veel mooier.

Waarom we deze meubels nu willen

Een deel van de verklaring is simpel. Tien jaar lang publiceerden interieurbladen bijna uitsluitend strakke, lichte interieurs met dunne meubelpoten en veel eikenhout. Mensen raakten verzadigd. De pufferbank voelt als een tegenbeweging, vergelijkbaar met hoe brede broeken terugkwamen na tien jaar skinny jeans.

Er speelt ook een gevoelskant mee. Na de pandemie werd thuis ineens belangrijker dan ooit. Mensen zoeken comfort dat je niet alleen ziet maar ook voelt. Psychologen associëren zachte, ronde vormen met veiligheid, in tegenstelling tot scherpe hoeken. Dat verklaart waarom een woonkamer met warmte en karakter nu vaker om een pufferbank draait dan om een strak designmeubel.

Zo laat je een pufferbank passen in een gewoon interieur

Een dikke bank heeft ruimte nodig. In een kleine woonkamer van vijftien vierkante meter slokt hij al het zicht op. Plaats hem liever niet tegen een drukke achterwand, maar geef hem adem door een egale muurkleur of een kunstwerk zonder veel detail.

Balans is belangrijk. Een pufferbank vraagt om andere meubels die juist lichter zijn: een dunne metalen bijzettafel, een glazen salontafel op smalle poten, of een strakke kast. Als alles in de kamer rond en zacht is, verlies je contrast en gaat de bank verloren. Meer over het mixen en matchen van meubels helpt om de juiste combinatie te vinden.

Kies de bekleding met zorg. Een lichte crèmekleurige stof ziet er op Instagram fantastisch uit, maar onthoudt iedere koffievlek vijf jaar lang. Donkere kleuren of gewassen linnen verbergen gebruikssporen beter. En vergeet niet: veel pufferbanken zijn modulair, dus losse kussens kun je later vervangen.

Wanneer je beter een andere keuze maakt

Niet iedere woonkamer schreeuwt om een pufferbank. Heb je een kleine flat, jonge kinderen die op elke bank klimmen, of een interieur dat al vol staat met ronde vormen, dan werkt de trend juist tegen je. Een pufferbank vraagt ook iets meer onderhoud: doordat er geen strak frame is, kunnen de kussens vervormen. Je moet ze regelmatig opschudden, anders krijg je een zichtbaar ingezakte zitplek.

Wie twijfelt, kan eerst beginnen met een enkele ronde fauteuil of een grote poef. Dat geeft dezelfde sfeer zonder dat je vastzit aan een meubel dat vijf jaar je woonkamer bepaalt. Mocht de pufferbank over twee seizoenen weer uit zijn, dan heb je geen enorme investering die nergens meer in past.

C
Geschreven door Charlotte Peeters Interieur redacteur

Charlotte is Vlaamse interieurstylist die haar klanten leert om hun eigen smaak te vertrouwen in plaats van blind trends te volgen die volgend seizoen alweer vergeten zijn. Ze schrijft over woonkamers, eetkamers en kleurpaletten met een Belgisch oog voor detail en een nuchterheid die ze van haar Hollandse collega's heeft opgepikt tijdens tien jaar samenwerken over de grens. In België leerde ze dat sfeer belangrijker is dan stijl, en in Nederland leerde ze dat je daar niet te veel woorden aan vuil moet maken. Haar eigen huis is een mix van Vlaamse gezelligheid en Hollands minimalisme die niet zou moeten werken maar het toch doet. Charlotte vindt dat het beste interieuradvies altijd begint met de vraag: waar word jij blij van als je thuiskomt?