De laatste jaren draaide woonstijl vooral om beige, grijs en veel wit. Rustig, veilig, maar ook een beetje anoniem. Nu zie je in interieurmagazines en bij grote woonmerken een duidelijke ommekeer: aardetinten nemen het over. Terracotta, olijfgroen, chocoladebruin en oker verschijnen op muren, banken en accessoires, en dat is niet zomaar een trend die overwaait. Het is een reactie op jaren van kille minimalistische interieurs waar niemand zich echt thuis in voelde.
Waarom aardetinten nu de show stelen
Kleurinstituten wijzen dit seizoen bewust op warme, natuurlijke tinten. De blauwgroene kleur Transformative Teal werd door WGSN en Coloro uitgeroepen tot kleur van het jaar, maar in de praktijk zie je in Nederlandse en Belgische woonkamers vooral de warmere varianten opduiken: chocoladebruin, bordeauxrood en olijfgroen. Die kleuren geven een ruimte meteen meer diepte, zonder dat het overweldigend wordt.
Het is ook een logisch vervolg op de terugkeer van donker hout zoals walnoot, die al een tijdje in interieurs verschijnt. Aardetinten sluiten daar naadloos op aan: beide gaan over warmte, textuur en een gevoel van geborgenheid in plaats van kille oppervlakken.
Terracotta, olijfgroen en chocoladebruin als basis
Terracotta blijft een vaste waarde binnen deze trend. De kleur verwijst naar gebakken klei en heeft van nature een verweerde, aardse uitstraling die goed samengaat met linnen, hout en mat messing. Olijfgroen is de rustigere partner: minder uitgesproken dan smaragdgroen, maar wel warm genoeg om een ruimte karakter te geven. Chocoladebruin ten slotte werkt vaak als basis voor meubels, van een bank tot een dressoir, en houdt de rest van de ruimte rustig.
Waar je een paar jaar geleden nog voorzichtig één accentkleur toevoegde aan een verder grijs interieur, zie je nu dat mensen deze aardetinten juist combineren tot een compleet palet. Dat is precies wat terracotta als kleur zo herkenbaar maakt: het oogt nooit steriel, juist omdat het van nature onregelmatig en levendig aandoet.
Zo combineer je aardetinten zonder dat het rommelig wordt
Het risico van meerdere warme kleuren bij elkaar is dat een kamer druk gaat aanvoelen. Een paar vuistregels helpen daarbij:
- Kies één dominante tint voor de grootste oppervlakken, zoals een bank of een muur, en gebruik de rest als accent in kussens, een vaas of een plaid.
- Houd de verhouding ongeveer 60-30-10 aan: 60 procent hoofdkleur, 30 procent een tweede aardetint, 10 procent een contrasterend accent zoals mat zwart of messing.
- Breng licht materiaal terug in de ruimte, bijvoorbeeld een lichte houten vloer of linnen gordijnen, zodat het geheel niet te zwaar wordt.
Wie twijfelt over een grote ingreep zoals een geverfde muur, kan ook beginnen bij kleinere elementen. Dat sluit aan bij wat we eerder schreven over een woonkamer met warmte en karakter maken: vaak zit het hem in een paar goed gekozen items, niet in een complete verbouwing.
Materialen die de kleuren versterken
Aardetinten komen het best tot hun recht in combinatie met natuurlijke materialen. Denk aan boucléstof, ruw linnen, ongeglazuurd keramiek en hout met een zichtbare nerf. Metalen accenten in brons, koper of mat messing versterken de warme uitstraling nog verder, terwijl gepolijst chroom of glanzend wit juist tegenwerkt en de kleuren kouder laat ogen.
Ook verlichting speelt een grote rol. Warm wit licht, tussen de 2700 en 3000 kelvin, laat aardetinten er rijker uitzien dan fel, koel licht. Een dimbare vloerlamp of een paar kleine tafellampen doen hier vaak meer voor de sfeer dan een enkele plafondlamp.
Structuur helpt daarbij minstens zo veel als kleur. Een gladde, egale muur in terracotta oogt al snel plat, terwijl diezelfde kleur op een ruwe pleisterlaag of achter een rieten wandpaneel meteen diepte krijgt. Combineer daarom minimaal twee texturen per ruimte, bijvoorbeeld een geribbelde vaas naast een glad houten dressoir, zodat het licht op verschillende manieren wordt teruggekaatst.
Niet elke ruimte heeft dezelfde tint nodig
Een veelgemaakte fout is dezelfde kleur door het hele huis doortrekken. Aardetinten werken juist goed omdat je per ruimte kunt variëren: een diep olijfgroen in de woonkamer, een zachtere zandkleur in de slaapkamer, en terracotta als accent in de eetkamer of gang. Zo blijft elke ruimte een eigen karakter houden terwijl het geheel toch samenhangt, omdat de tinten uit dezelfde warme familie komen.
Wie liever met kleine accessoires test voordat er geverfd wordt, combineert een aardetint eenvoudig met een neutrale basis. Zo zie je snel of de kleur bij het huis past, voordat je verder gaat met grotere aankopen of een compleet nieuwe kleurkeuze zoals Connecting Blue overweegt voor een andere ruimte.
Dit weekend al een ander gevoel in huis
Je hoeft niet meteen de hele woonkamer te herschilderen om deze trend in huis te halen. Een paar nieuwe kussenhoezen in terracotta, een plaid in olijfgroen over de bank, of een set kaarsen in warme okertinten geven al een heel ander gevoel. Test eerst met kleine, betaalbare items. Bevalt het, dan is de stap naar een geverfde muur of nieuwe bank een stuk kleiner, en heb je meteen een interieur dat aanvoelt als 2026 in plaats van de grijze jaren die eraan voorafgingen.